Regeling toekenning prijzen

  1. De Buning Brongers Stichting stelt zich ten doel het geven van steun in de meest uitgebreide zin des woords aan jonge talentvolle schilders.Het bestuur van de stichting tracht dit doel te bereiken door tweejaarlijks aan ten hoogste vijftien jonge kunst-schilders een geldprijs toe te kennen.
  2. Voor de door het bestuur van de BBS toe te kennen Buning Brongers Prijs komen in aanmerking jonge beoefenaars van de vrije schilderkunst van de door het bestuur geselecteerde instituten. Het begrip jong heeft niet zo zeer betrekking op de leeftijd der kandidaten als wel op de duur van het kunstenaarschap.
  3. Kandidaten dienen in Nederland te wonen.
  4. Eenmaal in de twee jaar zal het bestuur van de BBS in de maand mei de instituten aanschrijven met het verzoek om per instituut in totaal zeven kandidaten voor de prijs voor te dragen. Voor de Rijksakademie, Ateliers 63, de Jan van Eyck Academie en de Masteropleidingen betreft het cursisten uit het lopende studiejaar; voor de overige instituten dient de voordracht betrekking te hebben op kunstenaars die de school nog niet langer dan twee jaar hebben verlaten.
  5. De instituten wordt verzocht van de door hen voor te dragen kandidaten in juni de namen op te geven aan het bestuur van de BBS en voor 15 augustus documentatie-materiaal van deze kunstenaars in te zenden alsmede een toelichting van de kunstenaars bij hun werk.
  6. Het bestuur van de Buning Brongers Stichting beslist of en aan wie de Buning Brongers Prijs wordt toegekend.
  7. Het bestuur van de Buning Brongers Stichting verbindt zich om voor 31 oktober, op grond van het ontvangen documentatiemateriaal de definitieve beslissing van de prijswinnaars te bepalen en aan de instituten en de kandidaten mede te delen.
  8. De geldbedragen die per prijswinnaar worden toegekend zullen per toekenningsjaar alle gelijk zijn. De bedragen zullen de prijswinnaars toekomen op een door hen aan te geven wijze. Eventueel kan het bestuur besluiten om aan een of meerdere kunstenaars een extra prijs toe te kennen.
  9. Aan de kunstenaars zal worden verzocht om, zonder extra vergoeding, toestemming te verlenen om een of meerdere werken waarvan documentatie is ingezonden, op te nemen in een publicatie ofwel in bruikleen af te staan voor een tentoonstelling. De aan de publicatie en tentoonstelling verbonden kosten komen voor rekening  van de Buning Brongers Stichting.
  10. Het bestuur van de Buning Brongers Stichting neemt zich voor de uitreiking van de prijzen een feestelijk karakter te geven, zoals een bijeenkomst met pers en prijswinnaars, eventueel gepaard aan een tentoonstelling of de uitgave van een eenvoudige catalogus.
  11. Het door de instituten in te zenden documentatie-materiaal dient te bestaan uit een curriculum vitae van de kandidaten, tien afbeeldingen van recent werk en een toelichting op het werk. Het documentatiemateriaal zal dadelijk na de besluitvorming aan de instituten worden teruggezonden.
  12. In geval het bestuur van de BBS besluit tot de productie van een tentoonstelling en/of catalogus draagt het bestuur de eindverantwoordelijkheid ten opzichte van de instituten en deelnemende kunstenaars.